Auteursrecht

26 juni 2019
Op 13 mei 2019 diende het hoger beroep in de zaak van de heer Voet, als rechthebbende van de collectie Roovers, tegen Erfgoed Leiden en Omstreken.

In het kort gaat deze zaak over drie punten:

  • Kan een instelling zich beroepen op artikelen 8 en 38 van de Auteurswet, waarin kort gezegd wordt geregeld dat het auteursrecht op een werk, waarvan de maker niet is aangeduid, of niet op zodanige wijze dat zijn identiteit buiten twijfel staat, ofwel waarvan een openbare instelling, een vereniging, stichting of vennootschap als maker wordt aangemerkt, vervalt 70 jaar na eerste openbaarmaking?
  • Als een instelling een contract heeft met een Collectieve Beheersorganisatie of CBO als Pictoright, is deze instelling dan voldoende gevrijwaard van claims van derden?
  • Hoe wordt de hoogte van de geleden schade bepaald als een werk zonder toestemming gepubliceerd wordt?

De heer Voet heeft claims uit staan tegen een aantal instellingen voor het online plaatsen van oude ansichtkaarten, variërend van enkele honderden euro’s tot 40.000 euro per instelling. Erfgoed Leiden en Omstreken is de eerste instelling die door de heer Voet gedaagd is. De uitslag van deze zaak zal echter gevolgen hebben voor alle andere claims. Dat is de reden dat Brain nauw betrokken is bij de zaak. De uitspraak van het gerechtshof Den Haag wordt deze zomer verwacht.

Ondertussen is door de EU een nieuwe auteursrechtenrichtlijn gepubliceerd. Deze richtlijn zal in Nederlandse wetgeving moeten worden omgezet. De belangrijkste bepaling voor archieven is dat, als men een overeenkomst heeft met een representatieve CBO, of als een dergelijke CBO niet bestaat, het makkelijker wordt om ‘out of commerce’ werken openbaar te maken. De discussies zullen zich de komende tijd toespitsen op wat een representatieve CBO is en wat precies verstaan moet worden onder ‘out of commerce’.